Crox 174 PRENUW

De tentoonstelling van Tinka Pittoors brengt enkele recente sculpturen en tekeningen samen met in situ werk. Het geheel vormt een totaalinstallatie waarmee de kunstenares de verschillende facetten van haar project rond (on)aantastbaarheid aanstipt. Het oeuvre van Tinka Pittoors vertakt zich dendrologisch, waarbij de huid en het huis als metaforen een rode draad vormen. Beide metaforen verwijzen naar elkaar, en zetten op die manier aan tot complexe innerlijke en filosofische vraagstelling. Het komt er dus op aan als toeschouwer om verbanden te leggen en op die manier zelf de zoektocht aan te vatten in het spanningsveld tussen waarheid, werkelijkheid en vraag.

Het bij oppervlakkige aanblik lieflijke landschapje, dat mooi en enigszins naïef lijkt, is een valkuil. Tinka Pittoors vergroot dat landschapje in Croxhapox muurhoog uit op spandoek en verheft het, als centrale blikvanger van de tentoonstelling, nog meer tot een geësthetiseerd beeld, maar lieflijk is het allerminst. Het werk ontbloot een scherpe kritiek op bekrompenheid, op vermoorden van fantasie en intellectuele ambitie en op de vlucht achter het masker van het materialisme als levensdoel en fopspeen van de westerse maatschappij. Het 'lieflijk' beeld bezaait ze met kruisen. De angstvallig verborgen familiedrama's barsten uit de muren, uit de façade. De verstikking, de versmachting van de creativiteit en persoonlijkheid. De lucht is karikaturaal blauw, het gras karikaturaal groen, maar wat is werkelijkheid? Durf je als toeschouwer dieper te graven en de dramatiek bloot te leggen, of blijf je op veilige afstand toekijken en zeggen dat de buitenzijde o zo mooi is? De toeschouwer blijft achter met zichzelf, terwijl de kunstenares heerlijk subversief de strijd aangaat met een collectieve jeugdherinnering, waar we tegen in verzet zijn gegaan maar moeilijk kunnen aan ontkomen. Velen onder ons wisselen deze strijd in voor de aanvaarding en geborgenheid. We stellen ons finaal, na enkele jaren in de tredmolen, hetzelfde doel, en werpen onszelf en wie we liefhebben in de bakstenen vergeetput van oppervlakkige lieflijkheid en materialisme.

Vanuit dit landschap vertrekt als een pijl op de grond een zeer persoonlijke en intieme poëtische tekst. Is het enkel de kunstenares die zich blootgeeft, of ook de bezoeker als voyeur? In elk geval zit hier geen buitenzijde rond die wegstopt en beschermt, geen veilige houvast maar een brandend verlangen in directe confrontatie met de onontkoombare existentiële eenzaamheid.

In drie fragiele en innemende sculpturen, die op een grappige manier beschermd worden tegen een lek in het Croxhapox-dak, wordt het individu zelf onder het mes gelegd. Houden we onszelf niet net zozeer gevangen? Hoever reiken onze gedachten? Welke mogen de buitenwereld bereiken? In hoeverre zijn we slechts buitenkant, of laten we ook een blik naar binnen toe? De sculpturen poneren verschillende varianten, en laten de keuze aan de toeschouwer. Maar zelfs wanneer de gedachten hun gevangenis van persoonlijke remming en zowel eigen als opgedrongen barrières verlaten; zelfs wanneer ze zich speels naar de buitenwereld vertakken, blijft hun essentie gevangen. Er zijn grenzen aan het overstijgen van jezelf. Misschien is ook het individu een huis dat al te veel verborgen houdt, dat er lieflijk en conventioneel wil uitzien langs de buitenzijde, zichzelf niet meer in vraag durft te stellen en zeker geen blik naar binnen toelaat, en daarmee tegelijk zichzelf versmacht. Maar wat is oorzaak en wat gevolg?

In een sculptuur tegen de muur, bekleed met een dichte en verhullende pels van haren, zien we aan het uiteinde de ideeën verkrampt blijven steken. Het werk zit muurvast, zowel letterlijk als figuurlijk, en drukt zijn innerlijke zwaarte zo sterk uit dat zelfs zijn schaduw zich materieel op de grond werpt. Dit werk verpersoonlijkt de onaantastbare Waarheid. De Waarheid die ons vastkleeft waar we staan en elke verdere vrijheid van denken fnuikt. Op die manier is dit werk, samen met enkele kleine tekeningen die de bredere culturele reflectie aanstippen, een contrapunt dat als een uitgekiende katalysator fungeert voor deze tentoonstelling.

Sven Jacobs

17 april 2006