Hans Theys
Over utopische dominantie
Enkele woorden over het werk van Tinka Pittoors
Ik maakte voor het eerst kennis met het werk van Tinka Pittoors (1977) in april van dit jaar, in Lokaal01 in Antwerpen. In het midden van de tentoonstellingsruimte stond een mooie, door kunstlicht samengebonden installatie die bestond in een assemblage van onderdelen van bestaande sculpturen. Het werk trekt mij aan, omdat het op een vernieuwende manier voortbouwt op verworvenheden uit de jaren negentig, die ik van dichtbij heb meegemaakt. Ik vind het boeiend getuige te mogen zijn van de ontwikkeling van oeuvres waarvan ik sommige inspiratiebronnen zelf heb zien ontstaan en tegelijk te mogen ervaren hoe verscheiden de aanpak kan zijn van kunstenaars die in principe door hetzelfde verleden werden gevoed. Soms zijn deze inspiratiebronnen niet gekend door de jonge kunstenaars, maar lijkt het alsof er een waaier van mogelijkheden door werd gecreëerd, een ontvankelijkheid, een nis, die de ontwikkeling van nieuw werk mogelijk heeft gemaakt. Zoals altijd gaat het erom te ontdekken wat specifiek is aan dit nieuwe werk: waarin de verschillen schuilen tussen de oeuvres van Vaast Colson (1979), Freek Wambacq (1978) of Tamara Van San (1982). Het indrukwekkende aan deze kunstenaars is overigens niet alleen de radicaliteit en de poëzie van hun werk, maar ook de even radicale en tegelijk heldere manier waarop ze erover denken en spreken.
Momenteel bereidt Tinka Pittoors twee tentoonstellingen voor. Een ervan vindt plaats in de jonge, veelbelovende galerie Margalef & Gipponi in Antwerpen. Ik sta in het atelier van de kunstenaar en kijk naar een zichzelf oprichtende, heterogene, sculpturale installatie met een onmiddellijk herkenbare combinatie van materialen, vormen en kleuren. Het opvallendst zijn de nieuwe, met witte, vierkante tegels afgewerkte kubussen, die een gesprek aangaan met zwart en geel beschilderde keperbalken, de aardappelvormige houten schijven van Lokaal01 (die nu betekend zijn met lichtgroene nerfstructuren), lijmklemmen met oranje handvatten en een bemost, met sparren begroeid en met een ketting ingesnoerd landschapje van keramiek. Het geheel wordt ook hier belicht met een sterke lamp en rust opnieuw op grote, papieren vellen. Aan de muur hangen grote tekeningen, waarin we dezelfde kleuren, vormen en landschappelijke ritmes aantreffen. Verspreid over het atelier vinden we decorachtige onderdelen van maquettes, waarin gelijksoortige sculpturale installaties of landschapjes worden gecreëerd en gefotografeerd.
Tinka Pittoors: Toen ik onlangs een tentoonstelling opbouwde in Brugge, kreeg ik te maken met een donkerrode vloer waarmee echt niet te werken viel. Zo kwam ik op het idee de vloer te bedekken met papier op de plek waar de sculptuur zou komen. Ik vond het een mooie manier om los te komen van de beperkingen van een tentoonstellingsruimte en een autonome, sculpturale ruimte af te bakenen zonder een sokkel te gebruiken. Het is een vederlichte sokkel, die bovendien een mooie wolk van licht omhoog gooit. Het papier is afkomstig van mijn gewoonte maquettes te fotograferen op een onder- en achtergrond van papier. Ten slotte zou de papieren sokkel ook de indruk kunnen geven dat de sculptuur verschijnt als een soort van driedimensionale tekening. Dat bevalt mij wel.
(Ik loop door het atelier en maak foto's van ouder werk, dat al dan niet verpakt in rekken ligt.)
Pittoors: Door te kijken naar wat je fotografeert, ontdek ik werken die ik al vergeten was. De dingen die je nu fotografeert zijn al ouder. Het zijn altijd organische vormen die vast zitten in iets. Eigenlijk is dat vandaag nog steeds zo, besef ik nu. Waarschijnlijk voel ik mij daarom aangetrokken tot het thema van het landschap: in een landschap zie je altijd ontmoetingen tussen organische, natuurlijke vormen en hoekige artefacten.
- Je hebt groene nerven getekend op de schijven die ook al in Antwerpen te zien waren. De nieuwe nerven staan los van de textuur van de planken.
Pittoors: Ja. Ze hebben een soort van bijkomende, natuurlijke structuur gekregen, die natuurlijk al in het hout aanwezig was, maar anders. De meeste schijven heb ik ook verkleind, verbleekt en voorzien van een glanzende vernislaag.
- Je gebruikt een groen dat in België aan het eind van de jaren negentig voor het eerst is opgedoken in de grafische vormgeving en je combineert het met een oranje dat in die tijd opnieuw in het modebeeld opdook.
Pittoors: Ik heb die handvatten zelf oranje geschilderd. Eigenlijk waren ze rood.
- In april vertelde je mij dat je onderdelen van bestaande sculpturen opnieuw wilde gebruiken om nieuwe betekenisverbanden op te roepen.
Pittoors: Ik vind het boeiend die onderdelen te beschouwen als nomadische vormen, die bij alle toeschouwers andere projecties kunnen oproepen. Mensen projecteren hun eigen beelden, gedachten, gevoelens en verlangens op je werk en verzinnen hun eigen verhalen. Door de nomadische elementen telkens anders te combineren ontstaan er echter ook betekenisverschuivingen voor mezelf. Het worden puzzelstukken voor verschuivende verhalen, zoals jij het omschreef in een tekst over Michel François. Eigenlijk probeer je al puzzelend betekenissen te ondermijnen. Wat wil een element zeggen als je het op die of die manier gebruikt? Ik hou er niet van betekenissen vast te pinnen. Ik probeer een soort van openheid te creëren door het oproepen van een veelheid.
- De titel van de tentoonstelling is 'Kritik der utopischen Vernunft'.
Pittoors: Mijn installaties of landschappen zijn beeldende bespiegelingen over de utopie van het maakbare landschap. Ik ben gefascineerd door de landschaparchitectuur van Capability Brown die aan het eind van de 18 de eeuw heuvels creëerde, rivieren omleidde en kerkjes verplaatste om het totale landschap in een soort van logica te dwingen. Vandaag doen ze zo'n dingen in Dubai, met grotere middelen. Eigenlijk werkt het in twee richtingen. Sommige sculpturen, bijvoorbeeld het geketende landschapje in keramiek, heb ik in het echt gezien. Ik reed voorbij een aantal bruggen waarboven ineens een berglandschap met sparren leek te zweven. In die zin geeft mijn werk gestalte aan de manier waarop ik de wereld zie. Anderzijds is het natuurlijk zo dat ik dit soort dingen vaker begin op te merken, omdat ik mijn eigen werk in de werkelijkheid herken. Onlangs zag ik in de Gentse haven spiegelende en bolle containers liggen die mij deden denken aan mijn eigen maquettes. De zon stond heel laag en verleende een romantische glans aan het ontmenselijkte, vervuilde landschap. Omgekeerd heb ik deze betonnen vormen gemaakt, denkend aan silo's die je aantreft langs de autosnelweg van Gent naar Antwerpen. Ik woon al vijf jaar op hetzelfde plein, maar toen ik onlangs 's nachts arriveerde was het volle maan en hadden de boomkruinen voor het eerst die foutgroene kleur die ik veel gebruik. De straat was knaloranje verlicht en boven de bomen zweefde een grijze band van versluierd maanlicht...
- Je vertelde dat je vaak organische vormen maakt die lijken vast te zitten in een andere vorm.
Pittoors: Elk landschap toont een soort van machtsverhouding tussen natuurlijke en culturele elementen. Ook Capability Browns landschappen lijken op krachttoeren die willen aantonen in welke mate de mens zijn omgeving kan beheersen. Voor mij zijn het verhalen over macht. Een van mijn werken heet 'Elementary Domination'. Je combineert verschillende sculpturale elementen om nieuwe verhalen op te roepen, maar tegelijk kijk je vooral naar de manier waarop vormen elkaar gaan domineren. De planken waar we het eerder over hadden, heb ik lichter van kleur gemaakt om ze er brozer te laten uitzien.
- Je vertelde mij dat je oorspronkelijk bent opgeleid als schilder.
Pittoors: Je voelt in mijn werk een manier van aftasten en opbouwen die veel te maken heeft met licht en kleur. Deze keer zou ik ook gekleurde lampen willen gebruiken. Ik ben benieuwd naar hun reflecties in de witte tegels. Tijdens mijn opleiding als schilder heb ik echter nooit iets gehoord over het plezier van het maken. Het ging altijd over de tormenten van het schildersbestaan. Pas toen ik Mixed Media studeerde, hoorde ik een docent voor het eerst aan een medestudent vragen of ze wel plezier beleefde aan haar werk. Ik probeer dingen te maken waar ik mij goed bij voel, maar die toch een zuur kantje hebben, omdat ze een verlies aan natuurlijkheid en vrijheid oproepen. Dat keramische landschapje heeft iets aantrekkelijks, maar door de ketting roept het ook sadistische associaties op. Die dubbelheid is essentieel.
Montagne de Miel, 14 augustus 2009